Avontuur in het grottenstelsel
Vang Vieng, het plaatsje waar we kennis hebben gemaakt met onze 'tegenpool', de rugzaktoerist zonder normen en waarden. Amerikanen, Engelsen en Australiers zorgden voor plaatsvervangende schaamte, ergernis. Het voorkomen en gedrag van bovengenoemde club in een kuis land als Laos zette mij in een observerende rol. Hoe is het mogelijk om zo weinig respect en zoveel onfatsoen te tonen tegenover een bevolking zo spiritueel, zo gastvrij? Gedreven door simpele cliches en een beperkt kader denderen zij door deze exotische landen. Weinig interesserend in de cultuur, natuur of historie. Het verschil niet kunnen herkennen tussen het een en het ander. 'Hmong, Khmer, Buddhist?, no idea!' De focus wordt gelegd op feestjes, alcohol en drugs. Hiervoor zijn ze de wereld over gereisd. Dat is hun missie, de drang van het reizen, op zoek naar het gemis uit eigen land. Grenen worden overschreden onder groepsdruk, gedrag wat grenst aan stommiteit. Halfnaakte verschijningen binnen openbare gelegenheden, volmneuse commando's richting de lokale ober en obscene gebaren alom. Het dorp heeft zich prima aangepast aan deze ongeremde toerist. Het verdient een aardige duit in het zakje, door het aanbieden van drugs, alcohol en grensverleggende activiteiten. Het is ook niet voor niets dat er elk jaar een Westerling sterft door zojuist genoemde factoren.
Danielle en ik hebben ook onze 'kick' onze 'thrill' ervaren. Niet door het innemen van opium, paddo's of diazepam, maar door het bezoeken van een simpele grot. Elk gewapend met een uniekleurende zaklantaarn penetreerden wij de ingang van de grot. Al gauw vergaapten wij ons aan de stalagniet met bovenhangend de stalagtiet en plafonds, wanden behangen met kristal. De geur van vleermuizenpoep maakte het extra spannend, zo ook het besef dat wij het enige duo in deze grot waren. Pikdonker en benuawd, aangevuld met het geluid van het gedrug van de tiet naar de niet is een juiste omschrijving van onze omgeving. Rechtop, kruipend en uiteindelijk tijgerend verdwenen wij in de nauwer wordende holtes. Het werd menens, bruin van de modder, blauw van de priemende stalagtieten en angstig voor wat komen gaat; Tijgers, beren, kabouters en kobolden zijn fervente bewoners van een diepe grot. De verhalen van Tolkien spookten door mijn hoofd en vaker dan een keer zocht ik bescherming bij Danielle. zij wist niet van ophouden, maar zo ook de grot niet. Op onderarm en knie voorwaarts, er kwam geen einde aan. Dit was niet zomaar een nis, een holte in een berg, hier kunnen we in verdwalen. Na honderden meters, kruispunten, afgronden, ruime kamers en doodlopende gangen was daar eindelijk het daglicht. Voldaan van het avontuur brommerde wij op het gehuurde schroot hotelwaarts. 'Tjonge.. wat onverwantwoord, grensverleggend en gevaarlijk was dit. Laat oma het maar niet lezen! Verder hebben we de nabijgelegen rivier afgekayaked en hebben we verhalend aangehoord van de lokalen over de geesten uit het bos. We hebben ook genoten van het jaarlijkse raketfestival. Raketten, vuurpijlen van tientallen kilo's vlogen de lucht in of ontploften vlak naast de toeschouwers. 'Veiligheid eerst' geldt hier niet.
Luang Prabang, een stad vol traditie en authenticiteit, dat zich laat gelden in een hoeveelheid monniken en kleurrijke markten. Bewoners uit de Noordelijke bergstreken bieden hier hun waar aan voor een prikkie. slofjes, schoenen, sjaals, shirts en rokjes versierd met onmogelijke motieven en alle kleuren van de regenboog, het Walhalla voor mijn backpackprinses. Het gewicht van elke rugzak werd zowaar verdubbeld. Ndat we erachter kwamen dat we niet met onze pinpas geld konden opnemen in Laos, zijn we haastig vertrokken richting Thailand. Deze nachtelijke overtocht in een krap busje was verre van prettig. Onderweg gaf een medepassagier al gauw over en zorgde voor een vreselijke aroma. Hmong-rebellen verzochtten het busje te stoppen, gewapend en verkleed als Rambo doorzochtten zij het busje, werden zij verdacht op een enkeling en na 'wat voeten in aarde' mochten we onze weg vervolgen. Hele veestapels brengen de nacht door op de weg, door de dichte mist werd er wel eens een noodstop gemaakt, helaas voor een koe was het net te laat.
Onze wegen scheidde voor een middag om eigen 'to-do-list' af te werken. In Chiang Mai volgde Danielle een Thaise kookcursus en ik liet mij wat technieken bijbrengen uit de kunst van het Muay Thai. De een tonnetje ronde, de ander bezweet, zo kwamen wij weer tot elkander. Diezelfde avond woonde wij een kickbokstoernooi bij. Het hoogtepunt van deze stad is de welbekende zondagsmarkt. Uren struinde wij wederom langs alle kraampjes tot aan middernacht.
In Soest nabij Soesterberg kan men het paardenkamp bezoeken. Oudere paarden met doorgezakte ruggen, gepensioneerde politiepaarden en verwaarloosden slijten hier hun laatste dagen en worden netjes opgevangen. Deze mag je borstelen en een appeltje aanbieden, het zelfde concept heeft men ook in Chiang Mai, ver van Soesterberg, maar dan met de olifant. Het hoogtepunt van Thailand.
Volgende stop was Kanchanaburi, bekend om de 'bridge over the river Kwai'. Een bekende film, die er historisch vreselijk naast zat. We waren verbaasd om de hoeveelheid Nederlandse krijgsgevangen die hier hun laatste rustplaats hebben gevonden. Het was een indrukwekkend geheel.
Alinea over Pattaya sla ik over om het kuis te houden. Na drie dagen regen op het tropische eiland Koh Chang is het niet gelukt om bruin te worden voor vertrek.
Nu bereiden we ons voor op de terugreis, met gemengde gevoelens gaan we onze vlucht tegemoet.
Tot in Nederland!
Bedankt voor alle reacties,
Liefs Jaap en Danielle,
Culinaire hoogstanden, ergonomische misstanden
'Would you like to buy a scarf?' 'A book?' (vertaling voor oma; 'Wil je een sjaal of boek kopen?') zei het Cambodjaanse meisje van een jaar of zes. Haar prachtige koppie omgeven met donkere lange haren met hier en daar een blonde lok van de zon, stak net boven de tafel uit. Een kleine snottebel hing uit haar neus, het was een ondeugend aangezicht. De noodlesoep die we eerder hadden besteld werd opgedient. Het meisje in haar rood bevuilde jurkje herhaalde haar vraag; 'Would you like to buy a scarf?' Ze toonde een mandje van plastic vol met sjalen en boeken, die ze als een soort schoudertas droeg. De band drukte hevig op haar schoudertjes, haar waar was zwaar. 'Het is al bijna tien uur, moet deze jongeling niet in bed liggen' dacht ik. Ik kon geen hap nemen van mijn soep, het contrast was al zo groot. Het kind richtte zich op Danielle nadat ik met mijn hoofd 'nee' had geschud. Danielle zei zo beleefd als dat ze kon 'No thank you'. Het meisje herhaalde hoopvol een paar keer haar vraag en gaf uiteindelijk op. Zonder succes liep ze de duisternis is in op haar kleine voetjes met aanzienlijk veel eelt, op zoek naar een gewillige toerist ('falang'). Ik keek naar Danielle en de tranen rolden over haar wangen. Dit moment kwam binnen, dit brak het hart. De soep smaakte niet zo lekker meer en wat voelden wij ons rot. Een 'nee' verkopen was nog nooit zo moeilijk. Als lezer vraag je je misschien af; 'Koop dan potverdorie een sjaal!' Maar de lezer moet ook weten dat het geld niet naar het kind gaat. Kopen is in stand houden. Het liefst kocht ik het gehele mandje en vertroetelde ik de zesjarige, Danielle zou het kind adopteren en meenemen in haar rugzak. De volgende dag hebben we heel wat jongelingen met mandjes blij gemaakt met pakjes drinken rijk aan vitamines en calcium. Helaas niet het van die vorige nacht. Afgezien van dit trieste moment, hebben we zeer veel genoten van Phnom Penh. Danielle heeft zich dapper gewaagd aan de culinaire exoten van Cambodja. Uit het rijtje; gefrituurde tarantula, eendenembryo, zwijnenrug,-neus, zuurzak, sprinkhaan en de Khmer kwartel, zijn de laatste twee in de maag van Danielle verdwenen. Deze maaltijden werden ingeleid met 'mmmmmhhhhh' en eindigde met 'Jammie!' Hier heb ik mij niet aan gewaagd, wel heb ik mijn grens verlegd(t?) na het eten van twee ferme kikkerbillen. Wat een smulpapen! Veel Cambodjanen lopen met stokbroden onder de arm, hoe zou dat nou komen?
Kratie, de volgende stop van onze globetocht, is een plaatsje dat bekend staat wegens de 'Irrawaddy dolfijn'. Wederom (lees 'kiwi') vreselijk zeldzaam in zijn bestaan. Wij hebben het dier mogen aanschouwen, althans zijn vin, een deel van rug en het ademgat. Een feestje wanneer deze bewoner van de Mekong naar adem hapte. Dit had ik niet willen missen, Danielle had rode wangetjes van opwinding, waar voor ons geld.
In het boek ' The Pol Pot regime 1975-1979', die ik in een mum van tijd had uitgelezen, beweert de schrijver (Kiernan) dat Kratie e.o. een plaats was, waar je meeste kans had om de wreedheden van de Rode Khmer te overleven. Aldaar aangekomen viel het mij op dat veel 'locals' een rood-wit geblokte 'kramars' (sjaal) droegen, een kenmerk, onderdeel van het uniform van de Rode Khmer destijds. Andere kleurencombinaties waren niet tot zeer weinig aanwezig binnen het straatbeeld van Kratie. 'Zijn dit symphatisanten of is rood met witte blokjes in de mode?' Wij ontmoette ook een Cambodjaanse jongeman die de auto-genocide ontkent, hij buschuldigde de Vietnamezen hiervan, die in de literatuur worden omschreven als bevrijders. Door bovenstaande waarnemingen, misschien wel irreele angsten keek ik in Kratie net wat vaker over mijn schouder en die van mijn wederhelft. Genoeg over dit onderwerp, ik wil het de leek niet lastig maken.
Ik vond het spijtig om Cambodja te verlaten, maar was ook verheugd op de avonturen van Laos. Een ongewild avontuur kreeg ik al gauw voorgeschoteld in het plaatsje Pakse. Ik kreeg last van bijwerkingen van de Malarone, de tegenwerker van Malaria. Rode vlekken met in de kern witte blaasjes bedekte mijn gezicht, geen smakelijk geheel. In en om de neus, onder het oog, de snor-regio en rondom de adamsappel was het een slagveld. Het irriteerde de huid nogal. Op advies van een lokale medicijnman ben ik overgestapt naar doxycycline, het kleine broertje van Malarone. Een tweede ongewild avontuur draagt de titel; bed bugs. Na het beeindigen van het 'naar bed gaan' ritueel, verschenen er diverse insecten op het bed, onder het laken en uit de kussensloop. Tientallen zijn tussen mijn duim en wijsvinger bezweken of vertrapt door mijn (na zoveel lopen) eelterige voetzolen. Enkelen zijn wel met B+ of O- aan de haal gegaan. Vreselijke beesten!
De Laotiaan, Laosinner, Laonees, Laoaan, Laos-indiaan, Laose, Laoser, Lao, persoon der republiek van Laos, Laoleen, is altijd wel in voor een spelletje j'eau d'boules, hoe zou dat nou komen?
Na Pakse was Vientiane aan de buurt. Een ellenlange reis met de slaapbus, waar ik als een wokkel lag opgekruld wegens de Aziatische ergonome standaard. 1m60cm voor een bedje. Kruipend, hoofdstotend en protesterend baande ik mij een weg door de smalle paden van deze bus. Ik bleef zelfs steken in het trapgat met mijn jaloersmakende zwemrug. Met zeep en touw hebben ze mij kunnen bevrijden. Danielle genoot, zij vond de inhoud van de bus knus en gezellig, ze beschreef ons aangewezen bedje alsof het een nestje was. Met een lengte van 1.58 kan ik me dat goed voorstellen. Eenmaal aangekomen heb ik mezelf uitgeklapt en hebben we Vientiane verkent. Markten, de Thaise ambassade, een massagesalon (Danielle), internetcafe's en diverse eetgelegenheden hebben we aangedaan.
In Laos is er geen kabinet dat kan vallen, hamer en sikkel is overal prominent aanwezig. Om ietwat te integreren draag ik een shirt met bovengenoemd symbool. Komt in Nederland goed van pas om het linkse front te promoten gedurende de aankomende verkiezingen.
P.S. Danielle en ik genieten enorm van alle reacties. Gedraag u daarom niet als voyeur, maar doneer uw kritiek, grapjes, weetjes, bevindingen, tips, lof en commentaar. Deze geschriften zijn niet bedoeld als eenrichtingsverkeer.
Liefs,
Danielle & Jaap
Diepte- en hoogtepunten van het backpackerstel.
Na het emotionele afscheid van Joukeline, 'de energieke jongedame', vervolgden wij onze reis richting 'Koh Muk', een eilandje nabij de Thaise kust. Daar stond een 'echte bamboohut' op ons te wachten. Men kan Zuid-Oost Azie niet eerder verlaten zonder in een bamboohut te hebben geslapen, zo is menig backpacker van mening. Na het openslaan van de voordeur werden we verwelkomd door een donkere wolk aan muggen. Het gezoem was oorverdovend en van schrik deinsde Danielle achteruit. Toch was ik een tikkeltje verheugd om de klamboe voor het eerst te gebruiken, we dragen het net niet voor niets met ons mee.
Op dit eiland is het toerisme nog niet echt toegeslagen, de visserij wel. We hebben ons vermaakt met wandelen, schelpen zoeken en van deze schelpen armbanden gemaakt. 'Ja... mijn stoere waterpolovrienden van me, ik heb armbandjes gefreubeld met mijn kleine knutselvriendin. er was niet zoveel te beleven op dit eilandje. Ik heb mij wel vergaapt aan de Thaise neushoornvogel. Dit gevogelte is zo genaamd wegens de luide roep vergelijkbaar met dat van een neushoorn. Zeer indrukwekkend! Ook had ik een intiem danwel vijandig contact met de Thaise reusvaraan. Deze foerageerde op zijn gemakje rondom onze bamboohut. Gebukt en stilletjes naderde ik het grootse reptiel om het te kunnen fotograferen vanuit de juiste hoek, met de juiste belichting en van zo dichtbij mogelijk. Danielle supportte mij met woordjes van bezorgdheid. Op het moment dat ik zo dichtbij was, dat ik er als het ware op kon zitten, kreeg het schubbedier genoeg van mij. Het stond hoog op de poten en manouvreerde dreigend en zijwaarts mijn kant uit. De adrenaline gierde door mijn lichaam en 'Ja... mijn sterke waterpolovrienden van me', er ontsnapte mij een hoge kreet van angst. Rennen! op zoek naar veiligheid. Danielle nam ik mee in de brandweergreep richting de bamboohut. 'Tjonge jonge.. wat een avontuur!' 'Indiana Jones' met zijn zweepje is er niks bij. Na twee uur was de kust weer veilig en kon ik weer verder met het maken van armbandjes.
Na een aantal dagen werd ik vreselijk ziek, het dieptepunt van deze reis. Hoofdpijn, overgeven, flauwvallen,warm dan weer koud, weinig eetlust, pijn in de gewrichten en vrijwel geen energie. Met de nachttrein zijn we van 'Trang' naar 'Bangkok' getsjoekt. In de te kleine bedjes lag ik in de foetushouding te creperen. Aangekomen in Bangkok werd Danielle ook ziek met vergelijkbare symptomen. Hadden we ons zo verheugd op de geneugten van Bangkok, zagen we alleen maar de binnenkant van onze hotelkamer. Daaps en versleten, op zoek naar vers fruit en water, maakten we een klein beetje mee van deze stad. Een arts bezocht en een lading pillen meegekregen. Op elke hoek van de straat werden we gevraagd om naar een 'Ping Pong show' te gaan. We waren te beroerd om een tafeltennistoernooi te vergezellen. Het in de gaten houden van het witte balletje zou teveel energie kosten.
Er was enige druk om om beter te worden wegens het verlopen van onze visa. We moesten het land verlaten. Ziekjes zijn we de grens overgestoken van Cambodja. Dichtbij de grens hebben we een eerste overnachting geboekt. Mocht het ziek zijn uit de hand lopen, dan zijn we in de buurt van de Thaise voorzieningen. Cambodja is zo arm als de pieren, hier is de medische wereld nihiel. Poipet nabij de grensovergang was geen plezante plek, dus zijn we verder gereisd richting Siem Reap. Hier zijn we volledig hersteld.
De 'Angkor Wat' (nabij Siem Reap), een van de wereldwonderen, het symbool van Cambodja, hebben we bij ochtendgloren bezocht. We zagen de zon opkomen achter de tempeltoppen, een beeldschoon aangezicht. Vervolgens werd het vreselijk warm en hebben we de gehele dag getempeld. Tempel in, tempel uit, tempel in, tempel uit, tempel in, tempel uit. Onder enige fysieke druk, uitgeoefend door kale boeddhisten gehuld in oranje lappen, werden wij verzocht om een offer te brengen. Een dollar hier, een riel daar en na elk offer kregen we een rood armbandje. Naderhand waren we helemaal versleten, want elke tempel heeft een noemenswaardige lading aan treden. Deze treden zijn ook nog eens duizend jaar oud, dus versleten en riskant om te beklimmen. Nabij een van de tempels had ik wederom een intiem danwel vijandig contact met de bidsprinkhaan. De groene met van die klauwen. Ik zag hem of haar, hij of zij zag mij en uit het niets kwam het insect op me af gefladderd in hoog tempo en Ja... mijn brede waterpolovrienden, ik slaakte wederom een gil met hoge noot. Danielle lachtte hierom en vond mij maar een mietje.
Na Siem Reap was Phnom Phen aan de buurt, de hoofdstad van Cambodja. Ik had me hier op verheugd, om met wat meer te verdiepen in het verleden en de Rode Khmer, Khmer Rouge onder leiding van Pol Pot. Dit communistische regime heeft auto-genocide gepleegd en dat werd zeer duidelijk na het bezoeken van 'the killing field' en de S-21 gevangenis. Wat we hier hebben gezien, gevoeld en gehoord was zeer angstaanjagend en confronterend. Een afgrijselijke periode.
In Cambodja komen we veel mensen tegen zonder arm(en) of be(nen)en, meestal slachtoffer van een landmijn. Menig Cambodjaan vindt het fijn dat je hun land bezoekt, maar het is geen gemakkelijk land om door te reizen. Armoede alom, straatkinderen, bedelaars en veel vuil op straat. Waar ik me het meest aan erger zijn de Westerse sekstoeristen die zich binden aan de Cambodjaanse schoonheden, de een voor zijn oerdrift, de ander voor wat geld, een maaltijd.
Het is niet alleen maar kommer en kwijl in dit land. Het is nieuwjaar geweest en dat hebben we geweten. Geen vuurwerk maar witte talkpoeder en water. Met z'n drieen op één brommer bracht een local ons naar zijn huis. Onderweg werden we besprenkeld met het bovengenoemde. Bij zijn huis aangekomen moesten we meedoen met de lokale nieuwjaarsactiviteiten. Het hele dorp kwam kijken hoe de blanken presteerden. Eén groot feest! Aan het einde van de dag waren we spierwit en zeiknat. Gelukkig Nieuwjaar!
Shemale
Stemp! Het paspoort is weer een stempel rijker. De man die de rol vertolkt van een nors kijkende douanier accepteert ons voor negentig dagen in het beeldschone Maleisie. Bij elke grenscontrole krijg ik het warm, zweet ik rond de neus en maak me zorgen om mijn smokkelwaar. De zaadjes uit Indonesie van de 'snakefruitplant' verstopt in mijn toilettas mogen niet ontdekt worden. Deze vrucht vormt een genot op de tong dat ik het er maar op waag. Hopelijk staat deze fruitboom over een paar jaar in volle glorie te bloeien in ons achtertuintje.
Kuala Lumpur was net als Jakarta geen prettige stad om te verblijven, het was viezig en chaotisch. Wel heeft Maleisie veel gezichten en religies. Een mengelmoes aan mensen trok iedere dag aan ons voorbij. Vooral veel moslims gehuld in doeken, lappen en burka's, Indiers en Bangladezen met stippen op het voorhoofd, Chinezen met zwart haar en zelfs Ghanezen vertegenwoordigen hun werelddeel. Hierdoor is Kuala Lumpur verdeeld in Chinatown, Little India en Halalcity. Chinatown en Little India hadden een rijk aanbod aan voer. Vooral de curry's vallen bij ons in de smaak. Door het eten van (vooral de gele) curry is het de volgende dag ontzien. Gesprekken worden abrupt afgebroken, het wandeltempo versneld ineens, de paniek slaat als het ware een beetje toe, want de curry moet eruit. Deze hoop is niet op te houden en wanneer het verossende moment daar is; brandt het geheel van onderen. Om eerlijk te zijn doe ik mijn ding liever in de zee dan op een Aziatisch toilet. Men kan hier maar moeilijk sanitair relaxen. Gehurkt poepen en vervolgens met een waterslang de boel schoon sproeien. Het is me niet gelukt om dit netjes af te handelen. Het poep spettert tegen de enkels en na het sproeien is mijn broek plaatselijk nat. Je komt als een gehavende uit het wc-hokje. Droog vooroefenen is wel een vereiste. Naderhand moet je ook nog voor deze bezigheid betalen en ver weg ruik je de gehele dag een beetje vreemd. In het overgrote Halalcity waren wij voor de Maleis duidelijk niet Halal genoeg. Afkeurende blikken werden afgewisseld met 'nee geschud'. Een enkele keer werd er zelfs naar ons geknort. Dat voelde niet als een warm welkom. We moesten dus gauw weg uit deze grote boze stad.
Op naar Perhentian Island, een eiland dat wel te omschrijven is als een klein paradijs. Witte stranden, heldrblauw water en kokospalmen die de omgeving groen kleuren. Toch was het oppassen geblazen want de komodovaraan geniet ook op dit eiland en is allesbehalve schuw. Het is een indrukwekkend om te zien hoe zo'n enorm reptiel een vuilniszak verscheurd en alle resten opeet. Onderwater is het ook een paradijs, zij aan zij snorkelde ik naast de zeeschildpad, met gepaste afstand boven de 'blacktip' haai en met het hoofd vlak naast de anemoon om 'Nemo' te vinden. Het is heerlijk rustig onderwater, veel te zien en elke keer is het weer een uitdaging om net iets dieper te gaan. Danielle gebaarde naar mij nadat ze door een opening (onderwater) van rots en koraal was gezwommen, wat een durfal!
De laatste tijd maak ik dankbaar gebruik van de Norit van oom Johan en tante Nanny, drink ik zoutoplossingen tegen de uitdroging en slik ik af en toe een paracetamol. Lig veel op bed, de energie is ver te zoeken. De Aziatische keuken heeft me dan eindelijk onder de duim.
Daar stond ze. Klein van stuk, slank, haar mooie lange harend glimmend in de zon. Ze had zichzelf zorgvuldig opgemaakt. Rozegepoederde blosjes, volle wimpers van de mascara en vuurrode lippenstift op de lippen. Door haar ondeugende lach smolt ik van mijn stoel. Heupwiegend in haar korte rokje serveerde zij de gasten en wanneer zij langsliep rook de omgeving heerlijk zoet. Bloemen, nectar, suikerpsin. Haar topje verborg alleen het hoogst nodige van haar welgevormde boezem. Ik kon er maar moeilijk mijn ogen vanaf houden. Toen kwam het moment dat ze mijn coconutshake kwam brengen. Tijdens het serveren kreeg ik een indringende knipoog, niet zo'n vluchtige maar een gemeende. Ik kreeg het er warm van. Daarna zei ze met een zware stem: 'Enjoy your coconutshake'. 'Thank you' zei ik geschrokken. Die zware stem, dat klopt niet, zag ik daar nu ook stoppels? Haar adamsappel is ook vrij groot. Het is niet waar! Ik heb mij vergaapt aan een ladyboy, een shemale, een travestiet. Wat een beginnersfout voor een reiziger in Thailand en ik ben het begaan. Overal kom ik ze nu tegen, of het nu in een sloeberwijk is of op het strand, je ziet de jongens als vrouw overal. In Thailand wordt je geaccepteert zoals je bent en dat is een goede zaak.
Glaasje slangenbloed?
Zowel op de linker als op de rechter schouder zat een Balinese makaak. Zo brutaal dat ze waren plukten ze van alles uit Danielle heur haar. Eerst het klipje, daarna het elastiekje en als laatst werd er geconcentreerd gevlooid. Ze onderging het allemaal met een brede glimlach. Terwijl ik van dit spektakel veelvuldig foto's maakte, probeerde een derde aapje mijn rugzak te openen, gevuld met (rambutan) lichee's, een lekkernij. Mannen in een groen uniform, gewapend met miniatuur katapultjes, beschermde de toeristen van de meest brutale apen. Dat leek mij wel een leuk zomerbaantje. Al dit 'apenkooien' hebben we meegemaakt in de nabijheid van de Uluwatu tempel. Waar we ons verbaasde over de varieteit aan offers. Bloemetjes, sigaretjes, muntjes, koekjes en opgehangen gevogelte. Alles om de goden gunstig te stemmen. Het hindoeisme en zijn gebruiken maken er een mooie omgeving van. De meest ingewikkelde creaties van palmbladeren sieren het straatbeeld. Bloemetjes kleuren zowel de omgeving als mijn humeur. Daarbij leeft elke hindoe volgens het karma-systeem en dit resulteerd in een maatschappij vol goedzakken.
Imiddels is het reisgenootschap uitgebreid met een persoon. Joukeline een energieke jongedame vergezeld ons deze reis.
Jakarta een miljoenenstad (20 miljoen) hebben we bezocht, na een dag in deze bizarre wereld had ik er al genoeg van. Iedereen staarde naar ons. Alsof ze nooit eerder drie blanken met een grote rugzak hebben gezien. Drie blanken die zwetend, steundend en kreunend een weg baande door de achterbuurten van Jakarta op zoek naar openbaar vervoer. Daar voelde ik me voor het eerst ongemakkelijk en kwetsbaar. Mannen loeren naar mijn reisgenootjes, bedelaars worden opdringerig, de twintig kilo op mijn rug voelt zwaarder, het zweet bereikt de bilnaat en mijn broek zakt steeds af. Om elke hoek van de straat stond ons weer een primeur te wachten. Er is zoveel te zoen, alles en iedereen leeft langs elkaar heen. De regering van Indonesie geeft niet zoveel om de 'gekke' mens. Ik vind het dan ook hartverscheurend om te zien hoe moeders blootvoets met haar mongooltje de vuilnisbakken afstruint, hoe de psychisch gestoorde naakt en verstrooid voorwaarts gaat en hoe de verstandelijk beperkte met volgeplaste broek langs de kant van de weg staat. Een mensenleven is hier niet zoveel waard, laat staan dat van een dier. Het is goed om dit alles mee te maken, om het van dichtbij waar te nemen. Zo wordt het referentiekader ietwat wijder.
Wat ons ook verbaasde was het aanbod om een glaasje slangenbloed te drinken. Een grote kooi was goed gevuld met grijsdonkere slangen. De verkoper liet met enige trots twee onthoofden zien. Men beweert dat het drinken van slangenbloed je groot en sterk maakt. Hollanders zijn dan niet de gepaste doelgroep want wij kijken over elke Indonees heen.
Via Bandung en Banjar met trein en brus, zo hebben we de oversteek gemaakt van de hoofdstad naar Pangandaran. Een kustplaatjse dat zijn gloriedagen verloor na de alles verwoestende tsunami. Met z'n drieen hebben we een bijdrage geleverd aan de herleving van deze plek, door er maar liefst een week te blijven. Daar sliepen we voor een appel en een ei in een degelijk appartementje. Hier heb ik de kunst van het surfen eigen gemaakt na veel vallen en opstaan. Danielle maakt het zich eigen na de eerste poging. De topper stond al rechtop bij de eerste golf.
In Pangandaran hebben we kennis gemaakt met een zogenaamde Chinese zakenman die ons uit gastvrijheid de omgeving wilde laten zien. Ik vond het in eerste instantie maar vreemd, want tot dusver hebben we alleen mensen ontmoet die geld aan ons wil verdienen. Toch zijn we het avontuur aangegaan en we hebben een geweldige dag gehad. Danielle en Joukeline sprongen van watervallen, ik heb oma beloofd om dit niet te doen, ik fotografeerde de flora en fauna, met een bootje door de jungle, lokaal eten geproefd in de achterbuurt, hanen bezichtigd geschikt voor gevechten, slangen vastgehouden en angstig geaaid, al met al was het een drukke en leerzame dag.
De dag erop stond ik op het strand een praatje te maken met een jongeman. Deze jongeman bleek een student te zijn en heeft als opdracht van zijn leraar gekregen om Engels te oefenen met de toerist. Het duurde niet lang voordat er een hele club aan kleine Indonesen zich had verzameld. De klas nodigde ons uit om een dag met ze mee te gaan. Ook dit avontuur zijn we aangegaan. De hele dag zaten we bij de studenten achterop de brommer, van de ene plek naar de ander. Ze vroegen ons de kleren van het lijf. 'What do you eat to become so large?', 'How many cars do you have?', 'This is the best day of my life!', 'How many days do you stay in Pangandaran?', etc. We dronken uit kokosnoten, aten palmsuiker en leerde allerlei Indonesische spelletjes.
Liefs Danielle en Jaap
De Balinese zeeslang
Met groentjes en grijsaards hebben we het hostel gedeeld op Waiheke Island (N-Z). Hier hebben we leuke contacten opgedaan met de ouderen, wie naar mijn idee op 'zoek' zijn naar iets. Onderwerpen als 'de zin van het leven', het geloof, taboes en levensmotto's passeerden onder het genot van Nieuw-Zealandse wijn en bier de reveu. Wij met onze prille levenservaring maar perspectiefrijke kijk op het alledaagse leven konden we goed meekomen met de rest. De een een was gescheiden, de ander was verslaafd en de derde ontslagen. We hebben veel tips ontvangen om al deze gebeurtenissen te voorkomen. Fijn... Op dit eiland hebben we verder genoten van de wijnproeverij en de wonderschone stranden.
Maar nu hebben we via Kuala Lumpur de oversteek gemaakt naar Bali. Wat een prikkels vlak na het verlaten van het vliegveld. Geur, kleur en veel kleine mannetjes overspoelden ons. De kleine mannetjes zijn taxichauffeurs en gebaarden naar ons alsof ze een stuur in handen hadden. Na het kiezen van een chauffeur hebben we onze weg vervolgd richting Kuta. Onderweg verbaasden we ons over het vele verkeer en vooral door de hoeveelheid brommertjes. Vader, moeder en twee kinderen verplaatsen zich zonder moeite op zo'n apparaat. Danielle wil graag een scootertje huren, maar in deze drukte durf ik het nog niet aan. Daarnaast heb ik mijn schoonfamilie beloofd om haar heelhuids thuis te brengen, dat verloopt tot nu toe gestaag. Na de taxirit zijn we Kuta te voet gaan verkennen. Taxi, massage, mushroom, viagra, hasjies, young girl, transport, sunglasses en t-shirt krijg ik bijna elk kwartier aangeboden. Omdat bovenstaande onderwerpen met niet zozeer aanspreken moet ik vaak een nee verkopen. Veel mensen bieden een product aan op straat, bedelen of proberen, al dan wel of niet op een eerlijke manier, geld aan je te verdienen.
'Alsof een engeltje over mijn tong piest!' riep Danielle na het oppeuzelen van haar Indonesisch gerecht. Voor drie euro's per persoon eet je de lekkerste maaltijden. Toch omdat het pittige gehalte vrij hoog ligt betaal de volgende dag een hoge tol. Deze heb ik meerdere malen ervaren in onhandige situaties. Het begint met hevig zweten, geborrel in de buik, kramp en dan moet het gebeuren, het moet eruit! Tijdens zo'n moment lag ik witgevlekt door de zonnebrandcreme op mijn mini-sneldrooghandoekje op het strand. Geen toilet te bekennen, dan rest er nog maar een optie. Ik rende over het te hete zand richting de kust. Hoge golven duwden mij terug en langharige surfdudes waren te dichtbij. Ik moest verder de zee in. Met geoefende waterpolocrawl trotseerde ik de stuwing en daar waar het rustig was, waar niemand het kon merken betaalde ik de hoge tol. Het was een joekel van een drijver dat zich vlak naast mij presenteerde. Ik schrok ervan! Zo snel als ik kon zwom ik richting de kust, bang om achtervolgd te worden door hetgeen waar ik afstand van had genomen. Danielle keek mij vragend aan en ik grapte opgelucht terug.
Op het moment zijn we in Ubud, het plaatsje dat zijn welvaart heeft verdriedubbeld na de film 'Eat , Pray, Love'. Zie daar; de alleenstaande vrouw van middelbare leeftijd die op zoek is naaar haar innerlijke zelf. Met dreadlocks, een sarong en een verse tattoo volgen zij allen hetzelfde sprookje.
Al met al is het moeilijk om verslag uit te brengen van een omgeving met zoveel flora en fauna, geur en kleur, cultuur en lekker eten. Het is overweldigend. Hier genieten we met volle teugen. Hier wordt je niet geleefd maar leef je zelf, je zit er midden in!
Liefs van Danielle en Jaap
Angstzweet in ijskoud water
Het zweet stond me op de bovenlip, kippenvel en een vreemd gevoel in de onderbuik. Ik keek naar rechts en daar zat Danielle; vrolijk en opgetogen. Ze stak een duim omhoog en lachte. 'Mijn flippers zitten wel een beetje strak' zei ze, waarop ik antwoordde met 'Ow.. probeer dan een maatje groter.' Terwijl zij zocht naar een grotere maat, checkte ik of mijn wtesuit wel in orde was. 'Komt het koude water niet via de mouwen en pijpen naar binnen stromen?' vroeg ik mij stilletjes af. 'Die van Danielle zit veel strakker!' Ik vond eindelijk een duikbril die niet tegen mijn gok drukte, maar het modstuk van de aangehechte snorkel was nagenoeg doorgebeten, waarschijnlijk door mijn voorganger; die het vast spannend vond. Was diegene net zo huiverig als ik nu? 'Minor injuries have occured in the past.' stond op het formulier die ik bij aanvang moest doornemen. 'Wat moet ik me hier bij voorstellen?' Een schram, een jaap of een blauw oog? Breng ik mijn kleine liefde niet in gevaar? Danielle liet trots haar nieuwe paar zien door er grote stappen mee te zetten. Ze waren geel, net als die van mij. Gehuld in een wetsuit met snorkel en flippers op schoot zaten we in de bus. Het rook naar zeewier, het lag verspreid over de vloer. Na een kwartiertje nam de chauffeur nogmaals met ons door. Regel een: Zwem nooit rechtop, blijf horizontaal op het water. Regel twee: Wanneer je je onveilig voelt zwem dan richting de boot, ga nooit aan wal. Regel drie: Raak ze niet aan! Van de bus in een bootje. De kapitein, een oudere man met een verweerde kop, riep in het Engels met zwaar accent; 'There they are, go into the water gently' Hierbij keek hij me indringend aan en voelde ik me aangesproken om dit avontuur te starten. 'O jee, daar ga ik!' dacht ik. Ik liet mezelf langzaam in het ijskoude water zakken en zwom vervolgens gespannen richting het doel. Ik tuurde in het donkere maar heldere water. Ik was omgeven door honderden kleine kwalletjes. Dat baarde mij zorgen, zorgt dit weekdier voor 'minor injuries'? Ze raakten mijn handen, gezicht en enkels, alles wat niet bedekt was door het zwempak. Hier volede ik gelukkig niets van. Maar ik zwom hier niet voor de kwalletjes. Ik naderde een rotsenpartij in het water en daar tussen het zeewier zag ik iets bewegen. Het 'iets' zwom in een zeer snel tempo recht op me af en dook op het laatste moment onder me door. Mijn hart ging tekeer en het adrenaline gierde door mijn gelederen. Ik probeerde zo horizontaal mogelijk te blijven, want dat was de regel. Ik draaide me om en keek recht in de glazige ogen van een zeeleeuw. Sierlijk zwom het dier om me heen, hij of zij maakte een sprongetje en ik hoorde de leeuw naar lucht happen. 'Wauw!' 'Waar is Danielle?' 'Dit moet ze zien!' Ik zag haar verderop omringd door flinke zeeleeuwen. 'Wat een dappere meid!' Ik vergezelde haar in het schouwspel. Het was als een droom. Centimeters verwijderd van wilde dieren. Een halfuur hebben we genoten van deze zwemmers, vlak naast een eilandje waar de kolonie droge activiteiten ondernemen. Dit had ik niet willen missen en ben er nog steeds van onder de indruk. Het viel me op dat elke zeeleeuw de om mij heen cirkelde me constant recht in de ogen aankeek. Dit was vrij intimiderend en zorgde voor een gevoel van hulpeloosheid en spanning. Je begeeft je in hun wereld als minder vaardige zwemmer. Op de terugweg hopten kleine dolfijntjes voor de boot uit. Verkleumd keken we toe, daarbij verheugend op een warme douche. Dit koude avontuur vond plaats in Kaikoura.
Rotorua, de stad van de oneindige stank. Door allerlei vulkanische activiteiten waar zwaveldampen van afkomen meurt het er de gehele dag. We waren er tekort om eraan te wennen. Deze stad is het meest bevolkt door de Maori, helaas kent deze stad ook het hoogste percentage criminaliteit. Hier hebben we een Maoriwijk bezocht. Het had wat weg van een achterstandwijk maar dan aangekleed met inheemse elementen. Het gaf een minder rooskleurig beeld dan op de plaatjes van verschillende toeristenbrochures. Verslaving blijkt ook een groot probleem te zijn in het Westerse Nieuw-Zealand.
We raakten wat in de mineur toe we aankwamen in de grote boze stad Auckland. Waar alles in tegenstelling is met wat we eerder hebben beleefd. Op het moment staan we op het punt om te vertrekken richting Waiheke island op advies van Addy!
Foto's hebben jullie nog tegoed en we genieten van alle reacties!
Liefs Danielle en Jaap
De Kiwi (Apterygidae)
Na al het wonderschone van abel Tasman achter gelaten te hebben, kwamen we aan in Greymouth. een verlaten, bijna uitgestorven dorp aan de NIeuw-Zeeuwse kust. Het dorp floreerde in het verleden door de goudkoorts. In dit gehucht zijn we een paar dagen blijven steken wegens bureaucratische beslommeringen op het hoofdkantoor van de busmaatschappij. Computers en hun planningssystemen hebben ons uit de bus gezet, en dat zonder pardon. Ondanks dat het dorp verlaten was, hebben we ons toch vermaakt. Een bierproeverij en een lokaal zwembad zorgde voor de nodige afleiding. Als kleine kinderen gleden we met veel lol van de waterglijbaan op alle mogelijke manieren. Onze Hebreeuwse hosteleigenaar deed zijn best om er wat van te maken, een jofele vent, wat een mazzel.
Jong en rijpis de kiwi die we hebben gezien maar niet konden beminnen. Zacht en bruinis zijn buitenkant, maar hij is niet groen van binnen. Overal te zien, maar nergens te vinden. Verboden om op te eten, doe je dit wel dan is het je niet snel vergeven. Zonder vleugels groeit het onder een struik, zo vliegt het Nieuw-Zealand niet snel uit.
We mogen Nieuw-Zealand verlaten want we hebben het lands grootste trots mogen aanschouwen. De lelijkste vogel die ik ooit heb gezien foerageerde met zijn soortgenoot in een verduisterde kamer. Ja.... we hebben betaald om oog in oog te staan met deze bedreigde mislukking onder de vogels. Met zijn lange snavel onderzoekt hij elk gaatje in de aardbodem. Wanneer het nachtdier tijdens zijn onderzoek in contact komt met zijn wederhelft strekt hij zijn nek en maakt een hoog piepend geluid. 'kiwi, kiwi kiwi!' roept hij, en doet zijn best om zijn lange snavel in de buik te prikken van de ander. Door het ontbreken van aanzienlijke vleugels heeft dit knullige schouwspel veel weg van tikkertje. Beide hadden we de grootste behoefte om het beestje op te pakken en deze bedreiging flink te knuffelen. Helaas is dit verboden. Al dit gevogel vond plaats in Franz Josef. (leuk weetje) Nieuw-Zealand kent oorspronkelijk geen zoogdieren, alleen de vleermuis en de zeehond. Verschillende vogels zijn geevolueerd tot loopvogels wegens het ontbreken van roofdieren, vliegen om te vluchten is niet nodig. De mens bracht de rat, kat, hond en de wezel. Deze vormen een bedreiging en op dit moment sterft de kiwi uit.
Queenstown, het grootste uitgaansgebied van het Zuidereiland hebben we ook aangedaan. Dit gebied is niet aan ons besteed. Eenfluitje voor vijf euro is naar mijn mening geen goede deal. Deze stad is omgeven met indrukwekkende bergketens en een groot meer. Bij zonsopkomst en zonsondergang krijgen we geweldige panorama's voorgeschoteld.
Mount Cook, de hoogste berg van Nieuw-Zealand hebben we natuurlijk niet beklommen, wel hebben we gewandeld tot aan de voet van de berg, waar het overigens zeer hard waaide. Een natuurlijke expositie van ijssculpturen restte nog van de gesmolten gletsjer. Een genot voor het oog door het samenspel van kleur en vorm.